Ik heb een visuele bibliotheek in mijn hoofd. Dat betekent dat ik alles als een plaatje opsla in mijn hersenpan. Dat was vroeger heel handig met leren. Stond er ergens een plaatje of kon ik er zelf een plaatje of filmpje van maken in mijn hoofd? Dikke prima, ik archiveerde het en het kwam naar boven als ik er iets mee moest. Omdat het een visuele bibliotheek is, zit ie ook vol met kunst. Ik kom heel vaak in musea en op een gegeven moment ga je razendsnel verbanden zien of dingen herkennen die je al eens eerder ergens bent tegengekomen.
Ik had het voor het eerst bewust toen ik een keer in de Gemäldegalerie in Berlijn was. Daar hing een schilderij van een Maria met kind, waarvan ik zeker wist dat ik het ongeveer 15 jaar eerder had gezien in Antwerpen. En dat bleek te kloppen toen ik het informatiebordje las, het was een bruikleen omdat het Antwerpse museum aan het verbouwen was. Sindsdien heb ik dit aan de lopende band, alsof er toen een trucje in mijn hoofd aangezet werd.
Ik ben een conceptueel denker en de visuele bibliotheek is daar het meest tastbare voorbeeld van. Uitleggen aan anderen wat mijn hoofd kan en wat er allemaal gebeurt als er iets getriggerd wordt, is vaak lastig. Ik heb wel eens aan AI gevraagd wat een conceptueel denker precies is, maar die begon meteen in de rondte te zeveren. ‘Ja,’ dacht ik toen, ‘Jij snapt dit niet, want jij kan dit niet.’ Maar als ik door een museum dwaal (wat ik vaak doe, 20 musea bezoeken is namelijk een vakje op mijn bingokaart voor 2026) dan gaat mijn hoofd aan. Verbanden, verhalen, geschiedenis en andere associaties komen binnen een paar seconden naar boven.
Het laatste half jaar kom ik aan de lopende band schilderijen of objecten tegen die ze of op meerdere plekken hebben, of die even tijdelijk uitgeleend zijn aan een ander museum voor een tentoonstelling. Dat heb ik even visueel gemaakt in een kaartje, zoiets gebeurt er dan aan de binnenkant van mijn hoofd. Ik heb me beperkt tot pakweg het laatste half jaar, maar sommige dingen heb ik al veel eerder gezien in musea die nu niet op de kaart staan. Daar kan ik nog wel meer over te vertellen, maar dan kan ik beter een boek gaan schrijven en dit is een blogje, eej.
In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister, J.W. von G. zei het lang geleden al.
