Een van de missies op de bingokaart van 2026 is het bezoeken van vijf kastelen. Dit mogen trouwens ook paleizen, huizen of sloten zijn en ik tel ze ook mee voor mijn vakje met twintig musea. Dat lijkt me alleszins realistisch, want hoe leuk ik uitjes ook vind, ik hoef natuurlijk niet failliet. Dat snappen jullie ook.
Gelukkig voor mij (en mijn budget) zijn er in de omgeving van Utrecht talloze kastelen te bezoeken. En een aantal ervan is redelijk dicht bij mij in de buurt, waaronder Slot Zuylen. Dus stapte ik een kleine twee weken geleden bij mij om de hoek op de bus en ongeveer een kwartier later liep ik Oud-Zuilen binnen, wat een mooi, oud dorpje is.
Ik hou erg van Slot Zuylen, het is echt zo’n ouderwets kasteel met een slotgracht en een toegangspoort en er huist een ooievaarsfamilie. Tot 1952 was het in het bezit van de familie Van Tuyll van Serooskerken, tegenwoordig valt het onder een stichting, die het tot op de dag van vandaag beheert. Sla na een bezoek aan het slot zelf ook zeker de tuin niet over, want die is zeker zo prachtig!
Een week later pakte ik op de heetste dag van de week de bus naar Zeist, voor een bezoek aan (je raadt het al) Slot Zeist. Dit kasteel kun je alleen bezichtigen met een gids en dus had ik vooraf een rondleiding geboekt. Het is een heel ander gebouw dan Slot Zuylen, maar ik vond de geschiedenis zeker net zo boeiend. En het imposante trappenhuis en de tuin waren echt schitterend.
Naschrift 1: Ik zou Elise niet zijn als ik weer eens een verband zag tussen beide plekken: zowel Slot Zuylen als Slot Zeist heeft een Engelse landschapstuin naar een ontwerp van de Nederlandse landschapsarchitect Zocher. Dit weet ik nu voor als ik een keer meedoe aan Twee voor twaalf of zo.
Naschrift 2: Ik heb het opgezocht. Het meervoud van slot is ook sloten in het geval van meerdere kastelen. Ik vind het er niet uitzien en krijg er een error van in mijn hoofd.
